Bij oppervlakte geldt de regel: lengte x breedte.
Er worden dan ook sprongen gemaakt van keer 100 (naar boven) of delen door 100
(naar beneden)
Van onderaan de poster beginnen ( x 100 )
Een stip van een stift (cd/dvd-marker) = 1 vierkante millimeter (mm²)
Er passen 100 stippen in een vingerafdruk (duim) of dobbelsteen
Een dobbelsteen/vingerafdruk = 1 vierkante centimeter (cm²)
Er gaan 100 dobbelstenen in een wandtegeltje (met spreuk)
Een wandtegel = 1 vierkante decimeter (dm²)
Er passen 100 wandtegels in een vierkante meter aan keukentegeltjes
100 keukentegeltjes van 10 cm bij 10 cm = 1 vierkante meter (m²)
Er passen 10.000 keukentegels (100x100) in een klaslokaal van 10 meter bij 10
meter
Een klaslokaal = 1 vierkante decameter (dam²-are)
Er passen 100 klaslokalen in twee voetbalvelden
Twee voetbalvelden naast elkaar = 1 vierkante hectometer (hm²-ha)
Er passen 200 voetbalvelden in een groot stuk weiland van 1000 meter bij 1000
meter
Een groot stuk weiland = 1 vierkante kilometer (km²)
Van bovenaan de poster beginnen ( : 100 )
Een groot stuk weiland = 1 vierkante kilometer (km²)
200 voetbalvelden van 50 meter bij 100 meter passen in 1 km²
Twee voetbalvelden naast elkaar = 1 vierkante hectometer (hm²-ha)
100 klaslokalen van 10 meter bij 10 meter passen in 1 hm²-ha
Een klaslokaal = 1 vierkante decameter (dam²-are)
100 ‘blokken’ keukentegeltjes passen in 1 dam²-are
100 keukentegeltjes van 10 cm bij 10 cm = 1 vierkante meter (m²)
100 wantegels (met spreuk) passen in 1 m²
Een wandtegel = 1 vierkante decimeter (dm²)
100 dobbelstenen/vingerafdrukken passen in 1 dm²
Een dobbelsteen/vingerafdruk = 1 vierkante centimeter (cm²)
100 stippen van een stift (cd/dvd-marker) passen in 1 cm²
Een stip van een stift (cd/dvd-marker) = 1 vierkante millimeter (mm²)